home

Het geheime ingrediënt van onze honing? Samenwerking!

Commons Lab Antwerpen kreeg een toelage via het Klimaatfonds voor de uitwerking van het project 'Buurthoning'.

  • Bewoners

Wat is het eerste dat bij je opkomt als je denkt aan het oogsten van honing? Zie jij ook uitgestrekte bloemenvelden vol zoemende bijen voor je, met daarbij een eenzame imker die heel zorgvuldig een raam uit een bijenkast haalt? Wellicht denk je niet aan 25 Antwerpenaars die samen honing produceren in een klein stukje tuin van een kerk in Antwerpen-Noord. Toch kan je sinds kort in enkele buurtwinkels ‘2060 buurthoning’ kopen. Initiatiefnemer Koen Wynants van Commons Lab vertelt een inspirerend verhaal over samenwerken, kennisdelen en duurzaamheid. En hoe dat gerealiseerd werd met een subsidie van het Klimaatfonds, voorheen het Projectenfonds Duurzame Stad.

Hoe het begon

“Eigenlijk is het verhaal jaren geleden begonnen. Tom van de blog 2060.be was op zoek naar een imker om buurthoning te maken, nadat de stadsimker was gestopt. Hij wist dat ik met andere mensen Commons Lab was opgestart, een groep freelancers en vrijwilligers die advies geven, mensen begeleiden en aan consultancy doen. In die tijd begon ik gefascineerd te geraken door gemeenschapslandbouw, waarbij een groep burgers een landbouwer ondersteunt om zo groenten en fruit te kweken in de stad. In mijn hoofd begon het idee te rijpen om op die manier honing te produceren in Antwerpen.

We botsten al snel op moeilijkheden. Als een imker van buiten de stad komt zou hij of zij heel veel tijd verliezen door de verplaatsing. Werken met buurtbewoners leek veel logischer. Wat als we een imker zouden inhuren om een groep mensen te begeleiden en coachen in het houden van bijen? Na lang zoeken vonden we een geschikte imker. Zo zijn we eraan begonnen. We deden een subsidieaanvraag bij het Projectenfonds Duurzame Stad om het experiment uit te voeren en we werden geselecteerd. Nu hadden we nog kandidaat-imkers nodig. Op een oproep op Facebook kwam veel respons en burgers vonden ons ook dankzij buurtverenigingen. Uiteindelijk vonden we 25 geëngageerde burgers die elkaar niet kenden, maar toch samen wilden leren imkeren. 

2060 buurthoning 

Heel vaak zie je dat er bijenkasten op daken worden geplaatst, omdat daar veel ruimte is. Maar dat wilden we niet. We wilden iets zichtbaar hebben, waar mensen naar kunnen komen kijken. Uiteindelijk zijn we gestart in de tuinen rond de Sint-Amanduskerk. Zullen de bijen dan niet voor overlast en onveiligheid zorgen, was zowat de meest gestelde vraag in het begin. Neen, dus. Er staat hekwerk rond de tuin en bijen vliegen niet tussen het hekwerk, maar erboven. Blijf op een zonnige dag even staan en je ziet al snel de bijen af en aan vliegen boven je hoofd. Hoe mooi is dat, zo in het midden van de stad?

Samen ontwikkelden we een beurtrolsysteem en maakten we afspraken over hoe we onderling zouden communiceren. Met zijn allen hebben we heel veel geleerd: niet alleen over het houden van bijen en het telen van honing, maar ook over hoe het is om dat in groep te doen. Ondertussen hebben we een eerste keer geoogst en is onze honing te koop in enkele buurtwinkels. We hebben als groep afspraken gemaakt over de verkoopprijs van onze honing en over de winstverdeling. Ook al heeft de subsidie van de stad ons enorm geholpen bij ons vooronderzoek en bij de opstart, we hebben een verdienmodel gevonden waarbij we niet louter afhankelijk zijn van subsidies. Het is onze bedoeling om op termijn zelfbedruipend te worden en dat op een duurzame manier. 

Kerk wordt gemeenschapsruimte

Al vijf jaar mogen we met Commons Lab de kelder van de Sint-Amanduskerk gebruiken voor allerhande experimenten. Ook ons imkermateriaal staat hier achter slot en grendel. Ondertussen heeft de Kerkfabriek gevraagd of we niet de hele kerksite mee willen beheren. Dat wordt een boeiend project voor de toekomst (lacht). In een stad als Antwerpen moeten er tientallen vergelijkbare ruimtes zijn die gewoon leegstaan. Mijn tip voor mensen die ook iets willen opstarten: kijk eens goed rond in je buurt. Veel ruimtes worden nauwelijks gebruikt of beheerd.

De voordelen van commonsinitiatieven 

Achteraf hebben we ingezien dat in de stad het collectief houden van bijen veel meer voordelen biedt tegenover individuele imkers. Ten eerste kan je best collectief per wijk nagaan hoeveel bijenkolonies haalbaar en wenselijk zijn. Er is momenteel geen regelgeving: iedereen is in theorie vrij om bijenkasten op zijn of haar dak te plaatsen. Als we onderling afspraken maken, dan is er geen enkel probleem. Je kan bovendien alle materialen, tools, kennis, info en ervaring delen. Zo betrekken we veel mensen bij de bijen, bij de biodiversiteit, maar ook bij hun eigen wijk. 

En er zijn nog voordelen verbonden aan commonsinitiatieven. Veel kapitaal heb je niet nodig, je moet alleen weten hoe je eraan moet beginnen. Ons project is eigenlijk een perfecte handleiding voor andere burgers die iets willen telen in de stad. We delen onze ervaring graag. Ons eindrapport, onze begroting, wat we geleerd hebben… via deze link vind je het allemaal online. En als er nog vragen zijn, mag iedereen me mailen (lacht). Ik krijg zelfs vragen van over gans de wereld over ons project. 

Dromen over de toekomst

Onze toekomstplannen? We willen heel graag nog meer bijenkasten plaatsen in Antwerpen. We hebben het materiaal, de kennis en de contacten nu toch. Het zou zonde zijn om het niet door meer mensen te laten gebruiken. Daarnaast willen we scholen uitnodigen om kinderen te laten kennismaken met bijen en honing. We willen mensen stimuleren om hun (voor)tuinen groener te maken en bijenvriendelijke planten te zetten. We fantaseren ook over een soort Antwerpse ‘imkerbond’ zodat we met andere imkers kunnen bekijken waar we nog bijenkasten kunnen zetten en waar er misschien al te veel zijn…Plannen genoeg, nu nog tijd vinden (lacht).”

Meer informatie

Meer over het Klimaatfonds

Meer over Commons Lab Antwerpen

Iets fout of onduidelijk in dit artikel

Laat het ons weten