Toelichtingsdocument oproep 'Hernieuwbare energie in meergezinswoningen'

Dit toelichtingsdocument geeft meer duiding bij de thematische oproep 'Hernieuwbare energie in meergezinswoningen' van het Klimaatfonds. Het geldt als een aanvulling op het subsidiereglement. Wil je een project indienen? Lees het dan grondig na.

  • Professionals, Bewoners
  • -

Begrippenlijst

  • Werkingskosten: personeelskosten (bv. loonkosten), directe projectgebonden kosten (bijvoorbeeld onderaanneming voor begeleiding) en indirecte projectgebonden kosten (bv. gebruik van ruimte en overheadkosten).
  • Investeringskosten: kosten die gemaakt worden in functie van projectgebonden aankopen (bijvoorbeeld aankoop van meetapparatuur, warmtepomp, laadinfra, leidingen, koppelingen, … ).
  • Lock-in: het blokkeren van toekomstige duurzamere mogelijkheden door huidige keuzes voor bepaalde technieken. De combinatie met een andere duurzame techniek is niet meer mogelijk door de keuze van de huidige techniek. 

1. Kader van de oproep

Situering

Als één van de eerste steden ondertekende Antwerpen begin 2009 het burgemeestersconvenant. Daarin engageerden Europese steden zich om tegen 2020 hun CO2 uitstoot met minstens 20% te reduceren (tegenover 2005).

De stad Antwerpen behaalde haar doelstellingen en ondertekende in 2017 een hernieuwde Burgemeestersconvenant. Door het ondertekenen van deze hernieuwde convenant engageert Antwerpen zich om minstens 40% van haar CO2 uitstoot te reduceren, te werken aan energie-armoede en te bouwen aan een stad die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Antwerpen is ambitieus en wil nog meer doen: een klimaatneutrale stad (die niet meer broeikasgassen uitstoot dan dat er kunnen worden opgeslagen) en klimaatrobuuste stad (klaar om de gevolgen van de klimaatverandering aan te pakken) in 2050. Tegen 2030 wil ze haar CO2-uitstoot verminderen met 50% tot 55%. Om dit doel te bereiken werkte Antwerpen de voorbije jaren samen met heel wat partners en organisaties en bundelde de stad alle gezamenlijke doelstellingen en acties in een ambitieus Klimaatplan 2030: ‘Antwerpen voor Klimaat’. Samen met alle inwoners, ondernemers, organisaties en kennisinstellingen/academici maakt de stad dit plan waar.

De stad Antwerpen gaat voluit voor een integrale aanpak. Zo zet ze in op energiezuiniger wonen, werken en verplaatsen, zal er meer duurzame energie gebruikt worden, zullen materialen en grondstoffen zoveel mogelijk hergebruikt worden en zullen water en groen meer plaats krijgen zodat de stad bestand is tegen extreme regenval en hitte.

De impact van meergezinswoningen

De stad Antwerpen verwacht tegen 2030 een aanzienlijke bijdrage van warmtepompen en zonnepanelen in de bestaande bebouwde omgeving om haar doelstellingen te behalen en nam dit ook als zodanig op in haar klimaatplan. 

Aangezien meer dan 70% van de gebouwen in Antwerpen meersgezinswoningen zijn, spelen deze woningen vanzelfsprekend een grote rol in de stap naar klimaatneutraliteit. Door in meergezinswoningen te kiezen voor een combinatie van duurzame en hernieuwbare technieken en voor een collectieve aanpak kunnen rendabele projecten opgezet worden.

Voorbeelden van mogelijke projecten

In meergezinswoningen met een bestaande centrale stookinstallatie kan bijvoorbeeld de stookinstallatie vervangen worden door één of meerdere collectieve warmtepomp(en). Deze warmtepomp(en), die gevoed kunnen worden door een collectieve PV-installatie op het dak, voorzien warm water aan een centrale waterloop, die op zijn beurt warmte voorziet aan elke individuele wooneenheid. Het extra collectief elektriciteitsverbruik van de warmtepomp(en) verhoogt het eigenverbruik van de PV-installatie en draagt zo bij aan een betere businesscase.

Het businessplan van dit concept kan eventueel verbeterd worden door de centrale installaties aan te sluiten op de plaatselijke privatieve middenspanningscabine. Hierdoor kan er gewerkt worden met een veel lager elektriciteitstarief.
Bijkomend kan een collectief laadsysteem voor elektrische voertuigen op de parkeerplaats van de meergezinswoning extra kansen bieden om het zelfverbruik van de PV-installatie te verhogen.

Meer informatie en andere mogelijkheden zijn te vinden in het inspiratiedocument voor kandidaten. LINK

Warmtepompen centraal in de projectoproep

Met deze oproep zoekt de stad Antwerpen mede-eigenaars, syndici en/of verenigingen van mede-eigenaars (VME's) van appartementen of appartementsgebouwen die projecten willen opzetten waarbij volop wordt ingezet op de collectieve productie en gebruik van duurzame energie in meergezinswoningen.

In de eerste plaats streeft de oproep naar opschaalbare voorbeeldprojecten die aantonen dat combinaties met (een) collectieve warmtepomp(en) een haalbare oplossing vormt voor dit type van gebouwen. De geleerde lessen van deze projecten zullen dan ook input zijn voor het verder uitwerken van het stedelijk beleid rond warmtepompen. Het combineren van meerdere duurzame technieken is daarbij een voordeel maar geen must. Er moet in elk geval aangetoond worden dat het systeem toekomstbestendig is en dat er geen lock-in (zie begrippenlijst) gecreëerd wordt. Dit kan aangetoond worden door te beschrijven hoe het voorstel past binnen een totaalaanpak van de meergezinswoning. Door (eventuele latere) investeringen zoals het bijkomend isoleren van de gebouwschil, een aanpassing van het warmte-afgiftesysteem of het plaatsen van een PV-installatie kan dit dan leiden tot een EPC-score van maximaal 100 kWh/m² of een schoorsteenvrij gebouw.

2. Doel van de oproep

Deze thematische oproep mikt op projecten die een goed voorbeeld zijn van hoe collectieve productie van hernieuwbare energie en collectief verbruik van energie in meergezinswoningen een antwoord kunnen bieden op de geschetste uitdagingen en een klimaatbeleid dat energie-efficiënte gebouwen en het realiseren van de energietransitie centraal stelt. Hieronder verstaan we:

Projecten die kwalitatief, schaalbaar en exemplarisch zijn

Met deze thematische oproep wil Stad Antwerpen bijdragen aan de realisatie van voorbeeldprojecten die collectieve systemen voor het opwekken en aanwenden van duurzame energie in bestaande meergezinswoningen slim combineren tot economisch haalbare en repliceerbare concepten. 

Inzicht krijgen in (combinaties van) technieken voor verschillende types van gebouwen

De stad Antwerpen wil via de oproep zicht krijgen op welke combinaties van technieken voor verschillende types van gebouwen (typologie, bouwvolume, isolatiegraad, huidig verwarmingssysteem, aansluitingsmogelijkheden warmtenet, footprint, parking/garage…) aangewezen en haalbaar zijn, hernieuwbare bronnen maximaal aanwenden en energie besparen.

Zelf leren en anderen laten leren

Antwerpen wil gaan voor een integrale aanpak naar een klimaatneutrale stad. Deze oproep besteedt extra aandacht aan het leren uit goede voorbeelden of valkuilen, in functie van het nog uit te werken stedelijk adviesbeleid rond warmtepompen.
Via goede communicatie is breder leren in de stadsgemeenschap (stedelijke diensten, studiebureaus, leveranciers en bewoners) verzekerd. De projecten uit deze oproep zorgen voor diepere kennis bij een brede groep actoren. Daarbij gaat het over volgende elementen:

  • drempels die leven bij eigenaren en manieren om deze weg te werken;
  • kennis over de kostenefficiëntie, technische haalbaarheid en sociale waardering van nodige maatregelen;
  • kennis over innovatieve en opschaalbare oplossingen rond duurzame energie voor meersgezinswoningen;
  • leren hoe slim samen te werken met syndici, (mede-)eigenaars en professionals om collectieve uitdagingen als duurzame energie voor meersgezinswoningen efficiënt aan te gaan.

3. Wie kan een project indienen?

De projectoproep is gericht op mede-eigenaars, syndici en verenigingen van mede-eigenaars (VME's) van private appartementen of appartementsgebouwen in Antwerpen gebouwd voor 2014, en professionelen die met één van hen samenwerken.

Een projectaanvraag wordt ingediend door een consortium dat in elk geval bestaat uit:

  • Enerzijds een mede-eigenaar, VME of syndicus;
  • Anderzijds een of meerdere ondersteunende partners:
  • een studiebureau;
  • een technologieleveranciers en fabrikanten;
  • een energy service company (bv. heat-as-a-service);
  • een burgercoöperatie;

Consortia moeten een intentieverklaring van minstens één (mede)eigenaar van een meersgezinswoning betrokken in het project kunnen voorleggen. Er worden geen kandidaten uitgesloten op basis van vennootschapsvorm, grootte of land van oorsprong van de onderneming. Elke partij mag maximum in 2 dossiers betrokken zijn.

Welke projecten komen niet in aanmerking?

  • nieuwbouwprojecten of gebouwen gebouwd in of na 2014;
  • projecten in bestaande gebouwen die slechts ten gunste zijn van 1 appartement;
  • projecten waarbij een warmtepomp geen onderdeel uitmaakt van het projectvoorstel;
  • projecten waarbij geen eigenaars deel uitmaken van het consortium.

4. Algemene procedure en ondersteuning

De algemene regels gelden: zie het algemeen reglement van het Klimaatfonds
Deze oproep is een investeringsoproep: zowel werkingskosten als investeringskosten komen in aanmerking (zie begrippenlijst). 

Voor deze oproep wordt een totaalbudget van € 300.000 voorzien. De stad Antwerpen voorziet ondersteuning in twee fasen:

  • Fase 1 – studiefase: tijdens deze fase verrichten de partners een haalbaarheidsstudie voor de specifieke (combinatie van) technieken in hun projectaanvraag. Hiervoor wordt een werkingssubsidie voorzien ten bedrage van maximaal € 6.000 incl. BTW. Dit zou de volledige technische en economische haalbaarheidsstudie op maat van het gebouw moeten dekken. Op deze manier kan kosteloos een projectvoorstel worden ingediend, zonder akkoord van de (B)AV (Bijzondere Algemene Vergadering).
  • Fase 2 – realisatiefase: tijdens deze fase worden de investeringswerken aan het gebouw uitgevoerd. Deze fase start zodra de partners een gunstige haalbaarheidsstudie en een formele investeringsbeslissing tot uitvoering van de werken van de (B)AV aan de stad voorleggen, via duurzame.stad@antwerpen.be. De partners kunnen tijdens de realisatiefase een voorschot van maximaal 50% ontvangen op de uitbetaling van de investeringskosten, zodra een voorschotfactuur van de leverancier wordt voorgelegd aan de stad. Indien geen voorschotfactuur wordt bezorgd, wordt het volledige bedrag uitbetaald aan het einde van de realisatiefase, conform de bepalingen in artikel 6. Het plafond voor investeringssteun wordt vastgelegd op max € 24.000 incl. BTW per project voor het realiseren van het project zelf.

Samenwerken met de stad

Begeleiding

Aan elk project wordt een ‘meter’ of ‘peter’ vanuit de stedelijke diensten toegewezen. Deze volgt de voortgang van het project mee op vanuit de stad, biedt stedelijke kennis ter zake aan, en is het eerste aanspreekpunt voor specifieke noden zoals hulp bij het aanvragen van financiering voor de realisatie van het project (kredieten, premies, …). Deze begeleiding is op vraag en is afhankelijk van de beschikbaarheid van expertise en middelen bij de stad.

Netwerk

Tot aan de deadline voor indienen van de projectoproep kunnen kandidaten de stad Antwerpen contacteren met vragen, via het mailadres duurzame.stad@antwerpen.be. Mede-eigenaars, VME’s en syndici kunnen online de juiste partners vinden voor hun project via het platform van Samen Klimaat Actief. Hiervoor neemt de kandidaat contact op via het centrale aanspreekpunt van de organisatie, jan.jaeken@samenklimaatactief.be.

Het project kan verderbouwen op een masterplan BENOvatie, uitgevoerd of in opmaak in samenwerking met het EcoHuis Antwerpen. Het kan ook los daarvan worden opgemaakt naar aanleiding van een nieuwe investeringsbeslissing die zich aandient (bijvoorbeeld stookketel die einde levensduur is of laadinfrastructuur voor elektrische wagens die in de garage of op het parkeerterrein van de mede-eigendom wordt voorzien). Het EcoHuis Antwerpen heeft een expertisenetwerk rond verduurzamen van appartementsgebouwen en bouwt dit verder uit.  

5. Waarop wordt een project beoordeeld?

Bij de selectie van de projecten wordt de maatschappelijke meerwaarde van het project afgetoetst aan de maatschappelijke investering van het project. Het selectieproces wordt uitgevoerd door een onafhankelijke jury, aan de hand van een objectief selectiekader zoals hieronder wordt uitgewerkt. De oproep heeft 2 algemene selectiecriteria – kwaliteit en impact – en themaspecifieke selectiecriteria met telkens een aantal subcriteria. Hieronder worden deze (sub)criteria toegelicht en de maximale scores per selectiecriterium weergegeven.

Algemene selectiecriteria

KWALITEIT 30 punten

Haalbaarheid - op 15 punten

De haalbaarheid wordt inzichtelijk gemaakt door een helder ingevuld projectvoorstel. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan het potentieel, de integratie van de combinatie van duurzame technieken, de compatibiliteit met andere beleidsinitiatieven (zoals renovatiecoaching en het Antwerpse plan van aanpak rond warmtenetten), de nodige resources alsook het beoogde resultaat. Een lock-in voor investeringen wordt vermeden.

 

Ervaring, expertise en engagement tot samenwerking van projectpartners - op 15 punten

Uit het dossier blijkt de aanwezigheid van voldoende ervaring, onafhankelijke expertise en engagement van de projectpartners in verhouding tot de complexiteit van het project. De indiener toont dit aan via relevante referenties. Om de slaagkansen te verhogen, wordt verwacht dat alle partijen die cruciaal zijn voor het succes van de oplossingen betrokken worden in het project. 
Het consortium duidt bij inschrijving 1 partij aan – de VME, (mede)-eigenaar of syndicus – als verantwoordelijke voor de projectaanvraag en communicatie. Het project vertrekt zoveel mogelijk van het principe van maximale participatie van mede-eigenaars doorheen de verschillende fasen van het plan van aanpak.
 

 
IMPACT op 25

Impact op duurzame stad - op 15 punten

Projecten moeten bijdragen aan een duurzame stad, meer bepaald aan de weg naar klimaatneutraal in 2050. De inschrijver geeft in zijn dossier aan welke impact hij/zij beoogt te realiseren met het project binnen zijn gebouw door het invullen van het projectvoorstel. Dit kan gaan over de te realiseren primaire energiebesparing en CO2 winst of beoogde productie van groene elektriciteit en warmte op korte en lange termijn alsook elke vorm van energiedelen. De impact wordt zowel kwalitatief beschreven als waar mogelijk kwantitatief gestaafd op basis van het huidige energieverbruik en bijhorende energiekosten en de verwachte energiebesparing en afschrijfkosten. Via de projectoproep willen we projecten detecteren in de veel voorkomende typologieën van meersgezinswoningen in de stad. 

 

Verwachte verandering ( leertraject) - op 10 punten

Via de projectoproep wil de stad Antwerpen een verandering op systeemniveau realiseren op vlak van collectief verbruik en productie van hernieuwbare energie. Dit betekent dat het project (a) nieuwe bewegingen in gang kan brengen en nieuwe inzichten genereren, of (b) bestaande dynamieken kan opschalen om zo algemeen gangbaar te worden. Dit kan bijvoorbeeld gaan over (1) het installeren van meetapparatuur waarbij de productie en het verbruik uit de collectieve installatie wordt gemonitord en waarbij besparingspotentieel van de maatregel ook na realisatie wordt gemeten en informatie wordt gedeeld met stad Antwerpen; (2) de mogelijkheid om de installatie te bezoeken tijdens events georganiseerd door de stad; (3) valkuilen en drempels die leven bij eigenaren in kaart brengen en manieren om deze weg te werken; (4) leren hoe slim samen te werken met partners om collectieve uitdagingen als duurzame energie efficiëntie aan te gaan.

 

Themaspecifieke selectiecriteria

Toekomstbestendigheid: flexibiliteit en duurzaamheid van het energiesysteem 

op 15
De inschrijver toont aan dat het projectvoorstel past binnen een langetermijnstrategie en een traject naar klimaatneutraliteit voor het betreffende appartementsgebouw. Daarnaast maakt de inschrijver inzichtelijk hoe zijn voorstel kan zorgen voor een betere afstemming van vraag en aanbod van binnen het energiesysteem, hoe afname en injectie eventueel flexibel kunnen worden gestuurd en voordeel kan worden gehaald uit toekomstige dynamische elektriciteitstarieven die de schaarste op het net reflecteren.  
Combinaties van technieken op 20
De stad Antwerpen wil inzicht krijgen op die combinaties van technieken voor verschillende types van gebouwen (typologie, bouwvolume, isolatiegraad, huidig verwarmingssysteem, aansluitingsmogelijkheden warmtenet, footprint, parking/garage…) die de business case van collectieve installaties voor opwek en aanwending van duurzame energie verbeterteren. In de projectaanvraag specifieert de kandidaat welke technieken hij zal combineren, hoeveel hij er wil combineren en hoe deze technieken op elkaar inspelen en elkaar versterken.   
Gevraagde financiële ondersteuning op 10
De kandidaat kan beroep doen op een financiële ondersteuning tot € 6.000 voor fase 1 (studiefase) en tot maximum 80% van de werkelijke netto investeringsuitgaven met een maximum bedrag van € 24.000 voor fase 2 (investeringsfase). In de projectaanvraag specifieert de kandidaat welke financiële ondersteuning gevraagd wordt en hoe deze middelen ingezet zullen worden. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de relatie tussen gevraagde financiële ondersteuning en de manier waarop deze de onrendabele top dekt.  

6. Algemene procedure en planning

1. Lancering

De stad Antwerpen lanceert de oproep begin juni 2022 via haar eigen communicatiekanalen en die van haar partners. Vanaf dan is er de mogelijkheid om vragen te stellen aan de stad Antwerpen via duurzame.stad@antwerpen.be.

2. Indieningsfase

In deze fase kan de kandidaat een totale projectaanvraag indienen voor fase 1 en fase 2. De stad Antwerpen stelt hiervoor een template ter beschikking. Mede-eigenaars, VME’s en syndici kunnen online de juiste partners vinden voor hun project via het platform van Samen Klimaat Actief. Hiervoor neemt de kandidaat contact op via het centrale aanspreekpunt van de organisatie, jan.jaeken@samenklimaatactief.be.

3. Ontvangst dossiers, uiterste indieningsdatum en controle op ontvankelijkheid

Projecten worden ten laatste ingediend op 30/09/2022. De ontvangst en de ontvankelijkheid van een projectvoorstel worden door de stad Antwerpen bevestigd binnen een termijn van 15 kalenderdagen. Deze termijn is een richttermijn. Wanneer een projectvoorstel in functie van de ontvankelijkheidsvoorwaarden onvolledig is, kan aan de projectindiener binnen deze termijn worden gevraagd om het dossier aan te vullen. 

4. Selectiefase

Een adviescommissie beoordeelt de (ontvankelijke) ingediende projectvoorstellen en brengt een gemotiveerd advies van de geselecteerde projecten aan het college van burgemeester en schepenen, dat beslist over de goedkeuring. De selectie gebeurt conform de beschrijving in art. 5.

5. Bekendmaking, uitbetaling en opstart

Zodra het college van burgemeester en schepenen de geselecteerde projecten heeft goedgekeurd, kunnen de projecten van start gaan. Er wordt een algemene communicatie voorzien. Elk project start met een kennismakingsvergadering met de meter/peter. Op dat moment wordt de studiekost (fase 1) uitbetaald.

6. Projectuitvoering en opvolging fase 1

Fase 1 heeft een maximale duurtijd van 12 maanden. De indiener is trekker van het project en is verantwoordelijk voor de uitrol en het behalen van de resultaten. De stad Antwerpen heeft het recht de toelage of een deel ervan terug te vorderen, als blijkt dat de projectindiener (en dus de toelageontvanger) zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden en de aangegane engagementen.

7. Afronden projectfase 1 +  doorstart fase 2

De afronding van fase 1 gebeurt binnen de 12 maanden na de indiening. De geselecteerde projecten die een gunstige haalbaarheidsstudie en een investeringsbeslissing voorleggen aan de stad, stromen daarop door naar fase 2 (realisatiefase). Indien de aanvrager in het aanvraagformulier heeft aangegeven en verantwoord dat hij een voorschot op de investeringskosten nodig heeft, moet hij tijdens de realisatiefase een voorschotfactuur van de leverancier(s) die de werken uitvoer(t)(en) bezorgen aan de stad via duurzame.stad@antwerpen.be. Zodra die voorschotfactuur wordt ontvangen, wordt aan de aanvrager een voorschot van maximaal 50% uitbetaald.

8. Afronden projectfase 2 + eindafrekening

De afronding en eindafrekening worden voltooid via het indienen van een eindverslag en stavingstukken conform artikel 17 van het algemeen reglement en een PV van de (voorlopige) oplevering. Er wordt een gezamenlijk leermoment voorzien met alle participanten van de oproep na een termijn van maximaal 3 jaar. De installatie moet in werking zijn en de eindafrekening moet gebeurd zijn binnen de periode van maximaal 3 jaar na indiening. Op basis van de eindafrekening ontvangt de indiener, de laatste schijf van 50% van de investeringssubsidie, of de volledige investeringssubsidie indien geen voorschot werd gevraagd. De kandidaat bepaalt in het dossier mijlpalen aan de start, het midden en het einde van fase 2, die samen met de meter/peter worden opgevolgd. De stad heeft het recht de toelage of een deel ervan terug te vorderen, als blijkt dat de projectindiener (en dus de toelageontvanger) zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden en de aangegane engagementen o.a. het project te realiseren binnen de 3 jaar.

Subsidiereglement Klimaatfonds

Ondernemers, Professionals, Bewoners

Lees meer

Minimumvereisten haalbaarheidsstudie

Professionals, Bewoners

Lees meer

Inspiratiedocument 'Hernieuwbare energie in meergezinswoningen'

Bewoners, Professionals

Lees meer

Iets fout of onduidelijk in dit artikel

Laat het ons weten