Subsidiereglement Klimaatfonds

Alle projecten die ingediend worden voor een subsidie via het Klimaatfonds, moeten voldoen aan het subsidiereglement. Lees het dus grondig na.

  • Ondernemers, Professionals, Bewoners
  • -

Inleiding

De stad streeft ernaar een voortrekkers- en voorbeeldrol te spelen als het gaat over duurzaamheid. Antwerpen wil de meest aantrekkelijke stad zijn voor wie hier woont, werkt of op bezoek komt. Als grootste stad van Vlaanderen wil ze haar verantwoordelijkheid opnemen om aan te tonen dat de toekomst aan de steden is én dat die toekomst positief is. Duurzaamheid is hierbij een sleutelelement. Deze ambitie kan de stad enkel waarmaken via versterkende partnerschappen. Een van de instrumenten die de stad in dit kader inzet is het Klimaatfonds (voorheen Projectenfonds Duurzame stad.) 

Reglementaire bepalingen

Artikel 1 Begrippenlijst

Duurzame stad

De stad Antwerpen werkt samen met haar bewoners, bedrijven en bezoekers aan een duurzame stad. De doelstellingen worden onderverdeeld in drie thema’s:

1. We beperken de omvang of snelheid van klimaatverandering (klimaatmitigatie)

  • Energie: het energieverbruik beperken, het energiegebruik rationaliseren en de resterende vraag invullen met duurzaam geproduceerde energie ;
  • Aanpassen van de huidige productie- en consumptiepatronen en circulaire economie: Steeds meer eindeloze materialen gebruiken en afval voorkomen, hergebruiken en tenslotte recycleren;
  • Mobiliteit: zo duurzaam mogelijk verplaatsen met oog op bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid;
  • ...

2.  We verminderen onze kwetsbaarheid voor de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie)

  • De groenoppervlakte uitbreiden en de groenstructuur versterken met een zo hoog mogelijke natuurkwaliteit;
  • Het drinkwaterverbruik beperken, het hemelwater gebruiken, het grondwaterpeil beschermen en het afvalwater zuiveren, …;

3. We creëren een gezonde leefomgeving (milieukwaliteit)

  • Hinderlijke lucht- en geluidsemissies beperken en de blootstelling hieraan van bewoners maximaal voorkomen;
  • Ruimte: een minimale ruimte-inname en een optimale functiemix bij alle bouw- en ontwikkelingsprojecten;
  • Bodem: bodemverontreiniging voorkomen en waar nodig de bodem saneren;
  • Biodiversiteit verhogen;

Verdiepen, verbreden, opschalen

  1. Verdiepen zien we als het ontwikkelen van, en leren uit, een vernieuwende aanpak.
  2. Het verbreden behelst het herhalen van bestaande oplossingen in nieuwe omgevingen en/of het verbinden van vernieuwende praktijken.
  3. Het opschalen refereert naar het verankeren van vernieuwing (in bestaande systemen of structuren).

Strategische projecten

Strategische projecten worden in dit kader omschreven als projecten die een voorbeeldfunctie vervullen en een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame stad (zie begrippenlijst).

Toelichtingsdocument thematische oproep

In dit document worden de inhoudelijke bepalingen van een thematische oproep vastgelegd (doel van de oproep, thematiek, …) alsook de organisatorische bepalingen (verantwoordelijke voor de oproep, specifieke voorwaarden voor indiening/selectie, de oproep-specifieke beoordelingscriteria, hoe gebeurt de opvolging van de projecten, …). Het toelichtingsdocument van een thematische oproep wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen (hierna genoemd ‘het college’).

Werkingskosten

Werkingskosten zijn personeelskosten (bv. loonkosten), directe projectgebonden kosten (bv. onderaanneming voor begeleiding) en indirecte projectgebonden kosten (bv. gebruik van ruimte en overhead kosten).

Investeringskosten

Investeringskosten zijn kosten die gemaakt worden in functie van projectgebonden aankopen (bv. aankoop van een testinstallatie).

Duurzame Ontwikkelingsdoelen

In september 2015 werden de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (of SDG’s) formeel aangenomen door de algemene vergadering van de VN met Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling. Deze doelen reflecteren de drie dimensies van duurzame ontwikkeling: het economische, het sociale en het ecologische aspect.

Artikel 2 Ambitie van het fonds

Met dit Klimaatfonds wil de stad Antwerpen ondersteuning bieden bij het opzetten van strategische projecten (zie begrippenlijst) die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van de stad. Via thematische oproepen streeft het fonds naar het creëren van extra dynamiek in de stad, zodat haar beleid versterkt wordt door initiatieven vanuit de brede stadsgemeenschap.

Artikel 3 Welke projecten komen in aanmerking?

  1. Projecten moeten plaatsvinden (of effect hebben) op het grondgebied van de stad Antwerpen.
  2. Het Klimaatfonds is gericht op projecten die bijdragen aan de ontwikkeling van een duurzame stad (zie begrippenlijst).

Artikel 4 Verloop van de thematische oproepen van het fonds

Het fonds bestaat uit thematische oproepen. De procedure verloopt in principe in volgende fasen:

  1. Algemene communicatie over de thematische oproepen van het fonds: De stad streeft er naar om elk jaar een lancering van de voorziene thematische oproep(en) te organiseren via haar communicatiekanalen. De lancering verstrekt informatie over het fonds en de thematische oproep(en) en kondigt mogelijke netwerkmomenten aan.
  2. Indieningsfase projectvoorstellen:  In deze fase kan de kandidaat een projectaanvraag indienen. De stad investeert in deze periode in begeleiding via de organisatie van netwerkmomenten en/of communicatie waar dialoog kan ontstaan met experts, stedelijke medewerkers, een breder netwerk, …
  3. Ontvangst van de projectvoorstellen en controle op ontvankelijkheid: De ontvangst en de ontvankelijkheid van een projectvoorstel wordt door de stad bevestigd binnen een termijn van 15 kalenderdagen. Deze termijn is een richttermijn. De ontvankelijkheidsvoorwaarden zijn opgenomen in artikel 8 van dit reglement. Wanneer een projectvoorstel in functie van de ontvankelijkheidsvoorwaarden onvolledig is, kan aan de projectindiener worden gevraagd om zijn dossier aan te vullen. De nodige aanvullende informatie moet door de projectindiener worden overgemaakt binnen een termijn van 7 kalenderdagen na het verzoek hiertoe van de stad. De ontvankelijke projectvoorstellen worden voor inhoudelijke beoordeling voorgelegd aan de adviescommissie.
  4. Projectselectie: Een adviescommissie beoordeelt de (ontvankelijke) ingediende projectvoorstellen en brengt een gemotiveerd advies uit aan het college binnen een termijn van 60 kalenderdagen na de uiterste datum van indiening van de projectvoorstellen. Deze termijn is een richttermijn. Tijdens de projectselectie kan er bijkomende info en/of verduidelijking aan de projectindieners worden opgevraagd. Na de beslissing van het college bezorgt de stad een beslissing van goedkeuring of weigering van het projectvoorstel aan alle kandidaten.
  5. Projectuitvoering: Wanneer het projectvoorstel is goedgekeurd kan het project van start gaan en uitgerold worden op basis van het ingediende dossier.
  6. Projectopvolging: Op basis van de mijlpalen (6 maanden, 1 jaar en 2 jaar) voor projectopvolging zal het project (tussentijds) worden opgevolgd.
  7. Projectafronding: Maximaal twee jaar na goedkeuring wordt het project afgerond. De stad en de projectindiener evalueren samen het project op basis van het ingediende projectvoorstel en het eindverslag van het project. Op een jaarlijks toonmoment worden de resultaten van afgeronde projecten gepresenteerd.

Artikel 5 Ondersteuning geselecteerde projecten

De stad Antwerpen streeft er naar volgende ondersteuning te bieden aan geselecteerde projecten:

  1. Inzet van relevante expertise, via begeleiding door medewerkers van de stad. De stad zet een open, lerende omgeving op via netwerkmomenten en haar communicatie. De stad neemt het projectleiderschap nooit zelf op.
  2. Kansen om een netwerk verder uit te bouwen
  3. Zichtbaarheid van de initiatieven binnen het project via de communicatiekanalen van de stad
  4. Een financiële toelage: Projecten ontvangen binnen de door de stad voorziene en goedgekeurde begrotingskredieten een toelage ter ondersteuning van hun project.

Artikel 6 Wie kan een projectvoorstel indienen?

  1. Eenieder die een project wenst op te zetten, dat voldoet aan de voorwaarden van onderhavig reglement en de voorwaarden vervat in het toelichtingsdocument van de thematische oproep, kan een projectvoorstel indienen.
  2. In het algemeen reglement op de toelagen van de stad Antwerpen wordt bepaald dat enkel rechtspersonen in aanmerking komen voor een toelage van meer dan of gelijk aan 1.250 euro. In dit specifiek toelagereglement wordt hiervan afgeweken.

Artikel 7 Indienen van het projectvoorstel in het kader van een thematische oproep

  1. De aanvraag wordt op digitale wijze ingediend volgens de richtlijnen opgenomen in het toelichtingsdocument van de thematische oproep.
  2. De indiener van de aanvraag is steeds gemandateerd om de organisatie rechtsgeldig te verbinden.
  3. De aanvrager stemt ermee in dat de stad bijkomende informatie kan opvragen.

Artikel 8 Ontvankelijkheid van het projectvoorstel

1. Om ontvankelijk te zijn bevat elk projectvoorstel minstens: 

  • alle documenten die van de projectindiener worden vereist in het toelichtingsdocument van de thematische oproep;
  • een beschrijving van de kosten met opgave van de uitgaven, investeringen en raming van de inkomsten, gevraagde toelage en andere aangevraagde toelagen voor hetzelfde doel;
  • het gewenste bedrag van de toelage;
  • indien er in de aanvraag budget gevraagd wordt voor personeelskosten moet per persoon waarvoor dit wordt gevraagd het volgende worden ingediend:
    • de laatste loonfiche;
    • het actuele bruto dagloon;
    • de geboortedatum, het officieel adres en het RSZ-nummer;
    • de documenten vermeld onder titel B van dit artikel.

2. Verder dient ook de volgende informatie over de aanvrager te worden bijgevoegd:

  • Indien het een rechtspersoon betreft:
    • kopie van de geldende statuten met verwijzing naar hun publicatiedatum in het Belgisch staatsblad;
    • de identiteit, het adres en het telefoonnummer van de namens de rechtspersoon gemandateerde bestuurder, die de aanvraag ondertekent;
    • de identiteit, het adres en het telefoonnummer van de door de raad van bestuur aangestelde gevolmachtigden voor dagelijks bestuur;
    • het bankrekeningnummer van de rechtspersoon;
    • het laatst goedgekeurde jaarverslag, de balans, de resultatenrekening, toelichting bij de rekeningen en een activiteitenverslag;
    • de laatst goedgekeurde begroting;
    • het BTW-statuut.
  • Indien het een feitelijke vereniging betreft:
    • een lijst van de bestuursleden;
    • de identiteit, het adres en het telefoonnummer van de aanvrager, die de aanvraag ondertekent en persoonlijk verantwoordelijk is voor de aanvraag en de verdere opvolging en verantwoording van de aanwending van de toelage;
    • het bankrekeningnummer van de feitelijke vereniging dat niet het rekeningnummer mag zijn van een natuurlijke persoon;
    • een verslag over de financiële toestand van de vereniging.
  • Indien het een natuurlijke persoon betreft:
    • de identiteit, het adres en het telefoonnummer van de aanvrager, die de aanvraag ondertekent en persoonlijk verantwoordelijk is voor de aanvraag en de verdere opvolging en verantwoording van de aanwending van de toelage;
    • het nationaal nummer van de aanvrager;
    • het bankrekeningnummer van de aanvrager.

Artikel 9 Adviescommissies

De beoordeling van de ingediende projectvoorstellen gebeurt door onpartijdige adviescommissies aan de hand van een objectief selectiekader zoals vastgesteld in het toelichtingsdocument van de betrokken thematische oproep. De adviescommissies bestaan uit vaste leden en experts op afroep. Het gaat om medewerkers van de stad Antwerpen en externen. Het college is bevoegd voor de samenstelling en het vaststellen van de werking van de adviescommissies van de thematische oproepen.

Artikel 10 Beoordeling van het projectvoorstel

Binnen de perken van de voorziene en goedgekeurde begrotingskredieten zal de adviescommissie van de betrokken thematische oproep de ingediende projecten beoordelen en de stad adviseren via een rangschikking van de dossiers. De aanpak van de selectie wordt bepaald in het toelichtingsdocument van de betrokken thematische oproep. De selectie van de projecten wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het college.
Volgende twee basiscriteria, met subcriteria, worden binnen het fonds gehanteerd:

Impact

  • Duurzame stad

Het project levert een aantoonbare bijdrage aan de ontwikkeling van een
duurzame stad (zie begrippenlijst), via een koppeling van de verwachte
resultaten met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (zie begrippenlijst of www.sdgs.be/nl).

  • Vernieuwende en veranderingsgerichte projecten

Het projectdossier toont aan op welke manier het project bijdraagt aan de maatschappelijke verandering(en) waarop het mikt, via het concept ‘Verdieping, verbreding, opschalen’ (zie begrippenlijst).

Kwaliteit

  • Haalbaarheid

Het doel, de nodige middelen, het stappenplan met timing zijn  duidelijk geformuleerd en haalbaar binnen de looptijd van het project

  • Engagement, ervaring en expertise

Uit het dossier blijkt de aanwezigheid van voldoende engagement, ervaring en expertise van de projectpartners in verhouding tot de complexiteit van het project.

  • Samenwerking, participatie en sociale inclusie

Er wordt met andere actoren samengewerkt. Bij voorkeur uit diverse geledingen van de maatschappij (bedrijf/burger/middenveld/kennisinstelling/…).

Aanvullend op deze basiscriteria kan het college in het toelichtingsdocument van de betrokken thematische oproep specifieke beoordelingscriteria opnemen.

Artikel 11 Wat is het bedrag van de toelage?

  1. De toelage voor een project bedraagt maximaal 80% van de (aangetoonde) gemaakte en door de stad (het college) aanvaarde kosten, tenzij anders vastgesteld door het college in het toelichtingsdocument van de betrokken thematische oproep en zonder dat het maximale toelagebedrag zoals hierna bepaald overschreden kan worden.
  2. Het maximale toelagebedrag per projectvoorstel kan in elk geval nooit meer dan 50.000 euro bedragen.
  3. Meerdere toelagen (onafhankelijk van dit Klimaatfonds) ter financiering van eenzelfde project zijn toegestaan.
  4. De stad (het college) bepaalt op discretionaire wijze het maximumbedrag dat toegekend wordt aan een projectvoorstel. Het toegekende maximumbedrag kan lager zijn dan de door de projectindiener gevraagde toelage.
  5. De toelage kan enkel worden toegekend en uitbetaald onder de voorwaarde dat het bedrag voor de toelage wordt opgenomen in de jaarlijkse kredieten van de aanpassing van het meerjarenplan.

Artikel 12 Welke kosten komen in aanmerking?

1.   De ingebrachte kosten moeten betrekking hebben op de realisatie van het ingediende project.

2.   De kosten die in aanmerking komen voor het aanwenden van de toelage worden vastgesteld door het college in het  toelichtingsdocument (zie begrippenlijst) van de betrokken thematische oproep. Het fonds voorziet twee types thematische oproepen:

  • Algemene oproepen: voor deze oproepen komen alle werkingskosten (zie begrippenlijst) in aanmerking, met uitzondering van investeringskosten (zie begrippenlijst).
  • Investeringsgerichte oproepen: voor deze oproepen komen enkel investeringskosten (zie begrippenlijst) in aanmerking alsook een beperkt percentage werkingskosten (maximum 20%) voor zover die op directe wijze gelinkt zijn aan de gemaakte en/of voorziene investeringen.

3.   Vrijwilligersvergoedingen komen in aanmerking voor subsidie indien de toepasselijke regelgeving omtrent het werken met vrijwilligers nageleefd wordt (zie hiervoor http://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/).

4.   Kosten kunnen ingebracht worden vanaf de officiële goedkeuring van het project.
5.   Ten laatste twee jaar na de officiële goedkeuring van de toekenning van de toelage door het college moet het project worden afgerekend. Kosten die daarna gemaakt worden komen niet meer in aanmerking voor uitbetaling. 

Artikel 13 Uitbetaling premie

  1. De stad betaalt de toegekende toelage uit via overschrijving op het bankrekeningnummer dat wordt meegedeeld door de projectindiener.
  2. De uitbetaling van projecten uit een ‘algemene oproep’ (zie artikel 12) gebeurt als volgt: de helft van de toelage wordt betaald na goedkeuring van het project door het college. De andere helft wordt betaald na indiening van het eindverslag door de projectindiener (en dus de toelageontvanger) zoals vermeld in artikel 17 en na positieve evaluatie hiervan door de stad.
  3. De uitbetaling van projecten uit een ‘investeringsgerichte oproep’ (zie artikel 12) gebeurt als volgt: de volledige toelage wordt betaald na indiening van het eindverslag door de projectindiener (en dus de toelageontvanger) zoals vermeld in artikel 17 en na positieve  evaluatie hiervan door de stad. Uitzonderlijk kan het college via het toelichtingsdocument van de betrokken thematische oproep de mogelijkheid voorzien van een voorschot op de toelage. De projectindiener kan dan een aanvraag doen via een voorschotformulier.
  4. Een toelage zal enkel uitbetaald worden wanneer er geen openstaande, niet-betwiste vervallen schulden zijn ten aanzien van de stad Antwerpen.

Artikel 14 Looptijd van een project

De maximale looptijd van een project wordt bepaald door het college in het toelichtingsdocument van de betrokken thematische oproep, zonder dat dit meer kan zijn dan twee jaar na de officiële goedkeuring van het project.

Artikel 15 Communicatie

  1. Bij elk project dat ingediend wordt, dient voldoende aandacht besteed te worden aan de nodige communicatie met de beoogde doelgroepen.
  2. In de communicatie over een door de stad goedgekeurd project wordt door de projectindiener (en dus de toelageontvanger) steeds verwezen naar de stad en dit door te melden dat het project ondersteund wordt door het Klimaatfonds van de stad Antwerpen. Bij publicaties rond de projecten maakt de projectindiener (en dus de toelageontvanger) melding van de steun en gebruikt hij het logo van de stad, dat ter beschikking gesteld wordt bij goedkeuring van het project.
  3. Door het louter indienen van een projectvoorstel gaat de projectindiener ermee akkoord dat, bij selectie van het projectvoorstel, het plan van aanpak en de resultaten van het project door de stad intern en extern kunnen worden gecommuniceerd.
  4. Bij indiening verklaart de indiener van een project zich akkoord met de deelname aan (minstens) een netwerkmoment van het Klimaatfonds, waar de (tussentijdse) resultaten worden gepresenteerd.

Artikel 16 Verzekering(en)

  1. De stad Antwerpen kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen of goederen die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van activiteiten met betrekking tot de aanwending van de toelage.
  2. De begunstigde moet voor de uitvoering van de betoelaagde activiteit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid afsluiten.
  3. Indien de begunstigde werkt met eigen personeel en/of vrijwilligers, sluit hij op eigen kosten een verzekering af (verzekering arbeidsongevallen en/of verzekering lichamelijke ongevallen).

Artikel 17 Controle en sancties

  1. Iedere begunstigde van een toelage moet deze gebruiken voor het doel waarvoor zij is toegekend en moet het gebruik ervan  rechtvaardigen binnen de termijn die daarvoor is bepaald.
  2. Rechtspersonen dienen een boekhouding te voeren conform de geldende regelgeving. De overige indieners dienen minstens een kasboekhouding te voeren, waarin de in- en uitgaande geldstromen duidelijk chronologisch vermeld staan, tenzij bijzondere  reglementering anders bepaalt.
  3. De afgevaardigden van de stad hebben het recht om ter plaatse de naleving van de bepalingen van dit reglement te controleren en/of de nodige bewijsstukken op te vragen.
  4. Tijdens de uitvoering van een project worden er tussentijdse mijlpalen bepaald. Deze zijn door de stad vastgelegd op 6 maanden, 1 jaar en 2 jaar. Na elke mijlpaal wordt een  evaluatiemoment ingepland met de stad. De stad heeft het recht de toelage of een deel ervan terug te vorderen, als blijkt dat de projectindiener (en dus de toelageontvanger) zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden en de aangegane engagementen.
  5. Binnen de twee maanden na het beëindigen van het project stelt de projectindiener (en dus de toelageontvanger) de stad op de hoogte via een eindverslag. Dit eindverslag bevat:
  • een inhoudelijk verslag met activiteiten, resultaten, samenwerkingen, leerpunten, impact en vervolg. Indien er wijzigingen zijn ten aanzien van het projectvoorstel worden deze duidelijk omschreven in het verslag;
  • een financieel verslag met:
    •  een overzicht van de gemaakte kosten – genummerd;
    • een overzicht van alle ontvangsten (subsidies vanuit andere kanalen of inkomsten) – genummerd;
      • aangetoond aan de hand van genummerde stavingstukken (financiële bewijsstukken, facturen, loonfiches, onkostennota’s, nominatieve lijst vrijwilligers + uitgekeerde vergoeding, bankverrichtingen, …).
      • stavingstukken die op naam staan van anderen dan de projectindiener (en dus de toelageontvanger) of één van de officiële projectpartners kunnen niet aanvaard worden;
    • de gevoerde communicatie.
  • Substantiële wijzigingen tijdens de uitvoering van het project moeten voorafgaand per e-mail ter goedkeuring worden voorgelegd aan de stad. Bijvoorbeeld wijzigingen in partners, in activiteiten, in verdeling/besteding van de middelen, in timing, in bereikte doelgroep, enzovoort.
  • Bij niet-naleving van de voorwaarden uit dit reglement kan de premie geheel of gedeeltelijk inclusief verwijlintresten (op basis van de op dat ogenblik geldende wettelijke rentevoet) teruggevorderd worden.

Artikel 18 Fundamentele vrijheden

Ieder die een toelage van de stad ontvangt of rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik maakt van stedelijke infrastructuur, neemt het engagement op zich om op een constructieve manier mee te werken aan de opbouw van een stad waarin burgers zonder onderscheid, met respect voor elkaar, harmonieus samen leven. Uiteraard betekent dit de volstrekte naleving van de wetten van het Belgische volk en het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De toelage of infrastructuur aanwenden op een wijze die in strijd is met het engagement leidt steeds tot sancties zoals:

  • weigeren of terugvorderen van de toelage;
  • éénzijdig beëindigen van de samenwerking;
  • verhuurverbod in alle stedelijke centra;
  • weigering logistieke ondersteuning.

De stad kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade die geleden wordt naar aanleiding van de opgelegde sancties.

Artikel 19 Verklaring van de-minimissteun

Verplichte informatie de-minimissteun

  • De VERORDENING (EU) Nr. 1407/2013 VAN DE COMMISSIE van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Publicatieblad 24 december 2013 (NL), L 352.” is van toepassing;
  • Verplichte verklaring van de ondernemer over alle ontvangen toelagen in het kader van deminimissteun van de laatste 3 jaar van een overheid en dit ongeacht de toepasselijke deminimisregel. Dit moet meegedeeld worden bij de inschrijving. (artikel 6 Verordening deminimissteun);
  • Verplichte verklaring van de ondernemer dat er geen collectieve insolventieprocedure tegen hen loopt. (in dat geval vallen ze niet onder deze verordening);
  • Bij overschrijden van de drempel van 200.000,00 euro of 100.000,00 euro zal de stad de verleende toelage eventueel moeten terugvorderen, tenzij de toelage niet is verleend voor dezelfde kosten; zolang de drempel niet is overschreden kunnen dezelfde kosten meermaals worden betoelaagd;
  • Bij toekennen van de toelage de onderneming verplicht is om gedurende 3 jaar vanaf de start van de overeenkomst alle ontvangen toelagen en het doel of project ervan te melden aan de stad Antwerpen. Die periode van 3 jaar geldt altijd omdat dit de referentieperiode is voor het beoordelen van de toepassing van de verordening; ook als het toelagecontract tussen de stad en de onderneming geldt voor een kortere termijn.

Artikel 20 Algemeen geldende reglementering

  • De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies.
  • Voor zover er in dit reglement niet van wordt afgeweken: het geldende algemeen reglement op de toelagen van de stad Antwerpen.

Artikel 21 Slotbepalingen

  • De afdeling Klimaat en Leefmilieu (voorheen Energie en Milieu Antwerpen - EMA) van de stedelijke bedrijfseenheid stadsontwikkeling (SW) staat in voor de opvolging en uitvoering van dit reglement.
  • Het college kan in uitzonderlijke gevallen, mits gemotiveerd besluit, afwijkingen toestaan op de bepalingen van dit reglement.
  • Het onderhavige reglement dat “Klimaatfonds (voorheen: Projectenfonds Duurzame stad)” wordt genoemd, treedt in werking op 1 januari 2021. Dit reglement vervangt het vorige reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 juni 2016. Als overgangsmaatregel voor de lopende dossiers die werden ingediend tot en met de indieningsronde van 1 oktober 2020 wordt voorzien dat het vorige reglement blijft gelden tot 1 oktober 2022.

Iets fout of onduidelijk in dit artikel

Laat het ons weten