home

Toelagereglement voor klimaatrobuuste ingrepen

Hier vind je het volledige toelagereglement dat van toepassing is als je op een perceel in Antwerpen aan de slag wil gaan met groen en water. Dit reglement werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 26/10/2020.

  • Bewoners, Kinderdagverblijven, Ondernemers, Professionals, Scholen
  • 01/01/1970, 00:00 uur

Vraag hier je subsidie voor klimaatrobuuste maatregelen aan

Neem de tijd om dit aanvraagformulier door te nemen.

Aanvragen 

Eerst advies inwinnen? Dat kan hieronder!

Laat een adviseur je helpen om een stappenplan uit te werken.

Aanvragen 

Artikel 1. Doel

De toelageverstrekker wil via ontharden, groene daken en het bufferen, hergebruiken en infiltreren van
hemelwater de klimaatrobuustheid van de stad en de levenskwaliteit van haar bewoners en bezoekers
vergroten. Door het betoelagen van maatregelen op perceelsniveau, worden hittestress, wateroverlast
en verdroging tegengegaan en de biodiversiteit verhoogd.

Artikel 2. Definities

In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis:

  • Toelageverstrekker: diegene die de toelage geeft.
  • Klimaatadaptatie: aanpassing van natuurlijke en menselijke systemen aan de huidige en de te verwachten gevolgen van klimaatverandering.
  • Klimaatrobuuste ingrepen: ingrepen die ruimte creëren voor klimaatadaptatie: hemelwaterbeheer, hittebestrijding en biodiversiteit zoals onder andere het vervangen van verhard oppervlak door beplanting, de aanleg van een groendak, een regentuin.
  • Verhard oppervlak: daken, verharde buitenruimte, terrassen, waarvan hemelwater tot afstroming komt.
  • Ontharden: weghalen van verharde oppervlakken.
  • Vergroenen: aanbrengen van beplanting waar men onthardt, op dakverhardingen of aan gevels.
  • Beplanting: gewas waarmee de grond of groeisubstraat is begroeid, waaronder bomen, heesters, klimplanten, dwergstruiken, een- en tweejarigen, vaste planten (zoals varens, kruiden, grassen) en bloembollen.
  • Soortenrijke beplanting: gevarieerde beplanting van verschillende plantensoorten met extra aandacht aan beplanting die voedsel (nectar, stuifmeel, vruchten), nest- of schuilplaatsen biedt aan dieren.
  • Inheems plus (of inheems+): is een beplanting die
    • inheems is in Vlaanderen en waarvan Vlaanderen dus in het natuurlijk verspreidingsgebied ligt (zie www.species.be voor de database van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen waarin aangeduid staat of de soort inheems of geïntroduceerd is); of 
    • een cultuurvariëteit is van een inheemse soort (bv. langer bloeiende vorm) maar niet invasief (zie www.ecopedia.be/pagina/uitheemse-invasieve-planten voor de lijst van Natuur en Bos).​
  • Groene gevel: beplanting op of voor een gevel, met als doel te zorgen voor verkoeling door evapotranspiratie en schaduwwerking. Mogelijke vormen zijn onder andere zelf hechtende klimplanten (direct op gevel), klimplanten geleid langs raster, klimhulp of groeihek, en leibomen tegen muren (de grondgebonden systemen) of beplanting in een substraat tegen de gevel (niet-grondgebonden systemen).
  • Plat dak: een dak met een hellingsgraad kleiner dan 15°.
  • Groendak: een dak bedekt met vegetatie en een aantal onderliggende lagen die nodig zijn voor de ontwikkeling van deze vegetatie en de opslag van regenwater.
  • Waterdak: een dak waar het regenwater op blijft staan.
    • Bij een “statisch” waterdak wordt een laag water tijdelijk gebufferd doordat de overstort hoger geplaatst is. Het regenwater stroomt vervolgens geleidelijk af door een extra geknepen afvoer.
    • Een “dynamisch” waterdak is voorzien van een besturingssysteem dat op basis van weersvoorspellingen zorgt dat het water geloosd wordt voor een bui.​
  • Substraat: natuurlijk (niet-chemisch) product dat zorgt voor structuur en voor de opslag van water, lucht en voedingsstoffen (minerale elementen en organische stoffen) in functie van de gewenste vegetatie. De substraatlaag is de bewortelbare ruimte, waaruit de vegetatie haar voedingsstoffen haalt.
  • FLL-gekeurd substraat: een substraat dat voldoet aan de richtlijnen “Dachbegrünung”, vastgesteld door Forschungsgesellschaft Landschaftsentwicklung Landschaftsbau (FLL) en hier een keuringslabel voor draagt.
  • Schoon verhard oppervlak: dakoppervlakken (geen asbest), groendaken inbegrepen, en/of particuliere eerfverhardingen waarvan het hemelwater dat tot afstroming komt, als schoon kan worden aangemerkt.
  • Hemelwatertank of -reservoir: reservoir voor het opvangen en opslaan van hemelwater voor hergebruik. Ook een dynamisch waterdak waaruit structureel hemelwaterhergebruik gebeurt, wordt beschouwd als een hemelwatertank.
  • Infiltratie: proces waarbij hemelwater dat van dakoppervlakken en/of particuliere verharde oppervlakken afstroomt in de bodem insijpelt.
  • Infiltratievoorziening: voorziening voor het insijpelen van hemelwater in de bodem.
  • Buffervolume: nuttig waterbergend volume tussen noodoverloop en watertoevoer.
  • Noodoverloop: voorziening die aangesproken wordt als de buffervolume niet toereikend is en wateroverlast voorkomt.
  • Waterdoorlatende verharding: een verharding waardoor hemelwater naar de bodem kan infiltreren.
  • Basisingreep of basispremie: de toelageregeling beloont basisingrepen rond vier thema’s zijnde
    • het ontharden en vergroenen van verharde oppervlakken;
    • het vergroenen van dakverhardingen;
    • het hergebruiken van hemelwater vanop dakverhardingen;
    • het infiltreren van hemelwater.
  • Klimaatadaptatie bonussen: de toelageregeling moedigt het verhogen van de impact van de genomen ingrepen. Ingrepen die verdergaan dan basisingrepen, komen in aanmerking voor één of meerdere klimaatadaptatie bonussen:
    • natuurbonus: voor het verhogen van de positieve impact op biodiversiteit door het toepassen van soortenrijke beplanting.
    • waterbonus: voor het verhogen van de positieve impact van de ingrepen op waterveiligheid en droogtebestendigheid door het toevoegen van extra waterberging, -buffering, -vertraging, -verdamping en/of hergebruik.

Artikel 3. Doelgroep

3.01 Voor de toelage(n) kom(t)(en) in aanmerking

Rechtspersonen en (groepen van) natuurlijke personen, voor zover zij eigenaar of houder zijn van
zakelijke rechten van een perceel op het grondgebied van de stad Antwerpen waarop schone
dakvlakken en/of schone verharde oppervlakken zijn aangebracht.

Huurders komen ook in aanmerking op voorwaarde dat ze de schriftelijke toestemming hebben van de
eigenaar of houders van de zakelijke rechten voor de activiteiten of werken.

In het geval er sprake is van een groep van personen als bedoeld in artikel 3.01 kan één aanvraag
worden ingediend waarbij de indiener een volmacht heeft van de andere eigenaren.

Artikel 4. Toepassingsgebied

De toelage is van toepassing op alle doelgroepen opgesomd in artikel 3.01 die gevestigd zijn en/of die
hun activiteiten of projecten uitoefenen op het grondgebied van de stad Antwerpen.

Artikel 5. Activiteiten of werken die voor betoelaging in aanmerking komen

De toelageverstrekker kan een toelage verlenen voor de volgende activiteiten/werken:

5.01 Basispremie

De toelageregeling beloont basisingrepen van de volgende vier thema’s:

5.01.01 het ontharden en vervolgens vergroenen van verharde oppervlakken op private percelen, en/of

5.01.02 het vergroenen van dakverhardingen op private percelen, en/of

5.01.03 het vasthouden, beheren en hergebruiken van hemelwater vanop dakverhardingen op private
percelen, en/of

5.01.04 het ter plaatse vasthouden en infiltreren van hemelwater op private percelen.

5.02 Klimaatadaptatie bonussen

De toelageregeling beloont basisingrepen van de bovenvermelde vier thema’s 5.01.01, 5.01.02,
5.01.03, 5.01.04. Daarnaast moedigt de toelageregeling het verhogen van de impact van de genomen
ingrepen aan door een extra bonus te geven voor het bereiken van een hoger kwaliteitsniveau.
Ingrepen die verdergaan dan basisingrepen, komen in aanmerking voor één of meerdere
klimaatadaptatie bonussen voor het verhogen van de positieve impact.

5.02.01 Natuurbonus: voor het verhogen van de positieve impact van de ingrepen binnen de thema’s 5.01.01, 5.01.02, 5.01.04 op biodiversiteit door het toepassen van soortenrijke beplanting; en/of

5.02.02 Waterbonus: voor het verhogen van de ingrepen binnen de thema’s 5.01.02, 5.01.03, 5.01.04 op waterveiligheid en droogtebestendigheid door het toevoegen van extra waterberging, -buffering, -vertraging, -verdamping en -hergebruik.

Hoe meer kwaliteit gecreëerd wordt op vlak van klimaatadaptatie en hoe groter de omvang van de
ingrepen, hoe groter de baten en ondersteuning waarop beroep gedaan kan worden. Wie een
vergunningsplichtige ingreep doet, kan ook genieten van een klimaatadaptatie bonus, voor de
ambities die hoger liggen dan wat wettelijk opgelegd is.

5.03 Werken en/of activiteiten die niet in aanmerking komen

5.03.01 ingrepen in de openbare ruimte waaronder geveltuintjes, geveltonnen;

5.03.02 de ingrepen aan particuliere gebouwen die niet vergund zijn of niet in overeenstemming zijn met de
bestaande wetten, reglementen en verordeningen;

5.03.03 het uitvoeren van potentieel betoelaagbare ingrepen bij nieuwbouw en verbouwen, zolang deze
beperkt blijven tot de geldende bouwvoorschriften voor (her)nieuwbouw;

5.03.04 ingrepen die reeds een korting genoten hebben in het kader van stedenbouwkundige
ontwikkelingskost (SOK) – zoals bepaald in het kaderbesluit van 9 maart 2018 jaarnummer 2203 en
haar eventuele latere wijzigingen;

5.03.05 de aanleg van (half) open en waterdoorlatende verhardingen;

5.03.06 de aanleg van kunstgras.

Artikel 6. Voorwaarden voor de toelage

Om de toelage te krijgen moet aan deze voorwaarden worden voldaan:

6.01 Algemene voorwaarden

6.01.01 er is in de afgelopen 10 jaar geen toelage verstrekt voor ontharden en vergroenen voor dat deel van
het perceel, voor het groene dak, het hergebruik van hemelwater of voor het ter plaatse infiltreren van
hemelwater waarvoor nu toelage wordt gevraagd;

6.01.02 de ingrepen worden na realisatie in stand gehouden en doelmatig onderhouden gedurende minstens
10 jaar na oplevering, inclusief het vervangen van mislukte aanplantingen of herstellen van werken. Bij
verkoop of overdracht van de zakelijke rechten op het perceel wordt die verplichting in de authentieke
akte opgenomen;

6.01.03 de aanvrager(s) investeert op een oppervlakte van tenminste 40 m² in basisingrepen zoals
opgenomen in artikel 5.01. Ingrepen combineren en samenwerken met andere perceeleigenaars is
mogelijk om deze eis van minimale oppervlakte te halen;

6.01.04 indien een aanvrager (of een deelnemer aan een groepsaanvraag) binnen de 3 jaar na een reeds
goedgekeurd toelagedossier bijkomende ingrepen doet op hetzelfde perceel, dan vervalt bij dat
vervolgdossier de eis van minimumoppervlakte aan ingrepen zoals beschreven in 6.01.03. De
voorheen uitbetaalde toelage wordt in mindering gebracht van het maximum verkrijgbaar bedrag;

6.01.05 de uitvoering van de ingrepen geschiedt in overeenstemming met de regels van goed vakmanschap;

6.01.06 voor ingrepen zoals opgenomen in artikel 5.01.01, 5.01.04 en 5.02.02 geldt dat de subsidieaanvrager
zelf verantwoordelijk is voor het adequaat beheren van zijn of haar hemelwater zonder dat er nadelige
gevolgen bij omliggende percelen ontstaan. Hiertoe dient de subsidieaanvrager te onderzoeken of de
bodemopbouw voldoende is om hemelwater te laten infiltreren.

6.02 Specifieke voorwaarden voor basisingrepen

6.02.01 Voor artikel 5.01.02 vergroenen van dakverhardingen:

  • de subsidieaanvrager is zelf verantwoordelijk voor de bouwkundige staat van het gebouw en de draagkracht van het dak constructie;
  • indien de ruimte eronder wordt verwarmd, is het dak geïsoleerd. De warmteweerstandscoëfficiënt R van het isolatiemateriaal op het dak bedraagt minimum 4,5 m²K/W;
  • bij de aanleg van een groendak (op een plat dak) wordt het belang van het vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater in voldoende mate gediend, door een minimaal buffervolume van 35 liter/m² (op het totale pakket gerekend, dus buffervolume substraat inbegrepen);
  • over de volledig aangelegde oppervlakte is minstens (van onder naar boven) een wortelwerende laag, een draineer- (bij plat dak), substraat- en een beplantinglaag aanwezig;
  • de substraatlaag is minstens 6 cm dik, FLL-gekeurd en bestaat uit niet-chemisch materiaal (bijvoorbeeld geen minerale wol of steenwol).

6.02.02 Voor artikel 5.01.03 hergebruiken van hemelwater:

  • de inhoud van de hemelwatertank is afgestemd op de grootte van het afwaterend oppervlak én het aangesloten structureel verbruik volgens de tabel in bijlage 1. De hemelwatertank:
  1. is minimum 1500 liter groot;
  2. wordt aangesloten op een schoon afwaterend dakoppervlak van minimaal 25 m².
  • Voor de dimensionering wordt het afwaterend oppervlak volledig en, in voorkomend geval, het aangesloten groendak voor 50% meegeteld;
  • de aantal aangesloten toestellen voor hergebruik zijn afgestemd op de grootte van het afwaterend oppervlak en de inhoud van de gekozen hemelwatertank (volgens tabel in bijlage 1) zodat er een structurele en continue afname van hemelwater uit de tank verzekerd is met als minimum één kraan en één toestel (bv. toilet, wasmachine);
  • de hemelwatertank wordt zo ontworpen en geïnstalleerd dat hergebruik heel het jaar door mogelijk is;
  • kranen aangesloten op de tank dragen het label 'geen drinkwater';
  • er is geen contact tussen de hemelwaterleiding en de drinkwaterleiding zodat het hemelwater niet in de drinkwaterleidingen terecht kan komen.

6.02.03 Voor artikel 5.01.04 infiltreren van hemelwater:

  • de toelage is enkel van toepassing op verharde oppervlaktes waarvan het afstromend water in de bestaande situatie geloosd werd op het openbare rioolstelsel of oppervlaktewater en die dankzij de ingrepen voortaan naar de infiltratievoorziening afwateren; en
  • bij de buffer- en infiltratiewerkzaamheden wordt het belang van het vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater in voldoende mate gediend, door
  1. een minimale buffervolume van 25 liter/m² en
  2. een minimale infiltratie van 4 m² infiltratieoppervlak / 100 m² aangesloten verharde oppervlakte (berekend volgens bijlage 2); en
  • het afwaterend oppervlak wordt volledig meegeteld.
     

6.03 Specifieke voorwaarden voor de klimaatadaptatie bonussen

Ingrepen komen pas in aanmerking voor de klimaatadaptatie bonussen als er eerst voldaan is aan de
voorwaarden uit artikel 6.01 en 6.02.

6.03.01 Voor artikel 5.02.01: natuurbonus

  • minstens 40 % van de toegepaste plantsoorten is inheems plus;
  • geen enkele plantsoort is dominant (met een bedekking > 50 %);
  • er worden geen invasieve uitheemse soorten toegepast;
  • een variatie in planthoogte is aanwezig (bijvoorbeeld bodembedekkers met hogere vaste planten of met heesters) om zo een diverse leefomgeving te creëren voor dieren.

6.03.02 Voor artikel 5.02.02: waterbonus

  • de hemelwatertank is toekomstgericht gedimensioneerd (volgens tabel in bijlage 3) waarbij de aangesloten dakoppervlakte volledig en, in voorkomend geval, het aangesloten groendak voor 50% wordt meegeteld; en/of
  • het groendak of waterdak buffert minstens 60 liter/m² hemelwater; en/of
  • de infiltratievoorziening heeft minstens:
  1. 80 liter/m² buffervolume en
  2. 12,8 m² infiltratieoppervlak per 100 m² aangesloten oppervlak (volgens bijlage 2) waarbij voor de dimensionering de aangesloten oppervlakte volledig wordt meegeteld; en/of
  • er wordt een niet-grondgebonden groene gevelsysteem geïnstalleerd dat op hemelwater werkt.

Artikel 7. Toelagebedrag

7.01 Basispremie

De subsidie bedraagt een vast bedrag per m² genomen basisingreep (horizontaal gemeten). De
hoogte van dit vast bedrag per m² is verschillend per type ingreep/basisingreep:

  • € 10 per m² voor het ontharden en vergroenen van verharde oppervlakken;
  • € 15 per m² voor het vergroenen van dakoppervlakten;
  • € 15 euro per m² voor het hergebruik van hemelwater vanop dakverhardingen waarbij voor de berekening van de basispremie de aangesloten oppervlakte volledig en, in voorkomend geval, het aangesloten groendak voor 50% wordt meegeteld;
  • € 5 euro per m² voor ter plaatse bufferen en infiltreren van afstromend hemelwater vanop verharde oppervlakken.

7.02 Klimaatadaptatie bonussen

De subsidie bedraagt een vast bedrag per m² genomen klimaatbonus ingreep. De hoogte van dit vast
bedrag per m² is verschillend per type:

  • € 15 per m² voor natuurbonus;
  • € 15 per m² voor groendak, waterdak, niet-grondgebonden groene gevelsysteem (verticaal gemeten) of verharding aangesloten op infiltratie met ambitieus buffervolume;
  • € 7 per m² voor toekomstgericht gedimensioneerd hemelwatertank waarbij voor de berekening van de bonus de aangesloten oppervlakte volledig en, in voorkomend geval, het aangesloten groendak voor 50% wordt meegeteld.

De BTW komt enkel voor betoelaging in aanmerking in de mate dat deze voor de indiener niet
aftrekbaar is. Dit moet door de indiener worden aangetoond.

Het maximumbedrag van de toelage is € 30.000.

De toelage kan enkel worden toegekend en uitbetaald onder de voorwaarde dat het bedrag voor de
toelage wordt opgenomen in de jaarlijkse kredieten van de aanpassing van het meerjarenplan.

7.03 De toelage is niet cumuleerbaar met

  • toelagen van derden voor dezelfde bewezen uitgaven.
  • toelagen van de toelageverstrekker voor dezelfde bewezen uitgaven.

7.04 Overschrijding

Het totaal van de gekregen toelagen van de toelageverstrekker en derden mag de totale kost van het project niet overschrijden.

Artikel 8. Aanvraag

De aanvraag voor de toelage moet bij de toelageverstrekker worden ingediend na uitvoering van de
betoelaagde werken, maar binnen twee jaar na factuurdatum.

In de aanvraag worden minstens de volgende gegevens en/of documenten opgenomen:

  • een duidelijke omschrijving van het doel waarvoor de toelage zal worden aangewend;
  • andere aangevraagde toelagen voor hetzelfde doel;
  • het gewenste type toelage;
  • een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de locatie en van de ingreep of ingrepen met een aanduiding van het aantal vierkante meters op een schets van het perceel;
  • foto’s van de situatie voor uitvoering van de ingreep;
  • foto’s van de situatie na uitvoering van de ingreep;
  • een kopie van de facturen of kassabons van de betoelaagbare ingrepen.

Verder wordt de volgende informatie over de technische kwaliteiten van de betoelaagbare activiteiten
zoals beschreven in artikelen 5.01.02, 5.01.03 en 5.01.04, 5.02.01, 5.02.02 bijgevoegd:

  • technische omschrijving van het groendak met daarin minimaal opgenomen de laagopbouw, waterbergend vermogen, substraatdikte, noodoverloop/vertraagde afvoer en (waar van toepassing) een bewijs dat het dak voldoende geïsoleerd is; en/of
  • een technische omschrijving van de hemelwatertank en het systeem voor hergebruik met daarin minimaal opgenomen de soort en inhoud van de tank, noodoverloop, de aangesloten toestellen voor structureel hemelwaterhergebruik en de werking; en/of
  • een technische omschrijving van de infiltratievoorziening met daarin minimaal opgenomen de soort voorziening, buffervolume, noodoverloop en de werking; en/of
  • voor natuurbonus: een aanduiding van het aantal vierkante meters waarvoor men de bonus wil aanwenden met een technische omschrijving van de toegepaste soortenrijke beplanting of beplantingen met daarin minimaal opgenomen alle toegepaste soorten en hun aantallen, met aanduiding en aandeel van inheems+ en een beschrijving van de manier waarop extra aandacht ging naar planten die voedsel, nest- of schuilplaatsen bieden aan dieren; en/of
  • voor waterbonus: een aanduiding van het aantal vierkante meters waarvoor men de bonus wil aanwenden met een technische omschrijving van de extra waterberging, -buffering, - vertraging, -verdamping of -hergebruik op het dak, in de hemelwatertank, infiltratievoorziening of niet-grondgebonden groene gevelsysteem met daarin minimaal opgenomen:
  1. de maten van de toekomstgericht gedimensioneerde hemelwatertank (m³ of liter);
  2. het buffervolume (liter/m²)van het groendak, het waterdak of de infiltratievoorziening;
  3. de werking van de systemen.

Verder dient de volgende informatie over de aanvrager te worden bijgevoegd (of ter beschikking
gesteld):

  • indien het een rechtspersoon betreft:
  1. kopie van de geldende statuten met verwijzing naar hun publicatiedatum in het Belgisch Staatsblad,
  2. de identiteit, het adres en het telefoonnummer van de namens de rechtspersoon gemandateerde bestuurder, die ook de aanvraag ondertekent,
  3. de identiteit, het adres en het telefoonnummer van de door de raad van bestuur aangestelde gevolmachtigden voor dagelijks bestuur,
  4. het bankrekeningnummer van de rechtspersoon,
  5. het laatst goedgekeurde jaarverslag, de balans, de resultatenrekening, toelichting bij de rekeningen en een activiteitenverslag,
  6. de laatst goedgekeurde begroting,
  7. het BTW-statuut.
  • indien het een feitelijke vereniging betreft:
  1. een lijst van de bestuursleden (indien beschikbaar),
  2. de identiteit, het adres en het telefoonnummer van de aanvrager, die de aanvraag ondertekent en persoonlijk verantwoordelijk is voor de aanvraag en de verdere opvolging en verantwoording van de aanwending van de toelage,
  3. het bankrekeningnummer van de feitelijke vereniging dat niet het rekeningnummer mag zijn van een natuurlijke persoon,
  4. een verslag over de financiële toestand van de vereniging.
  5. indien het een natuurlijke persoon betreft:
  6. de identiteit, het adres en het telefoonnummer van de aanvrager, die de aanvraag ondertekent en persoonlijk verantwoordelijk is voor de aanvraag en de verdere opvolging en verantwoording van de aanwending van de toelage
  7. het nationaal nummer van de aanvrager
  8. het bankrekeningnummer van de aanvrager
  • indien het een huurder betreft:
  1. schriftelijke toestemming van de eigenaar of houders van de zakelijke rechten voor de activiteiten of werken

Aanvraagformulieren zijn terug te vinden op de website van de toelageverstrekker.

Artikel 9. Digitale communicatie en ontvangstmelding

9.01 Bevestiging

Digitaal ingediende aanvragen ontvangen een automatische, digitale bevestiging van ontvangst. Deze betekent alleen dat de aanvraag goed werd ontvangen, zonder de volledigheid van het dossier al te controleren.

9.02 Ontvangst

De ontvangst en de volledigheid van de toelageaanvraag wordt bevestigd binnen een termijn van 14
kalenderdagen met een ontvangstmelding.

Wanneer de toelageaanvraag onvolledig is, stuurt de stad aan de aanvrager een brief waarin wordt meegedeeld dat de aanvraag onvolledig is en dat de nodige aanvullende informatie moet worden overgemaakt binnen een termijn van 60 kalenderdagen.

Artikel 10. Beslissing

Het bevoegde orgaan neemt een beslissing over de volledige toelageaanvraag binnen een termijn van
90 dagen na de datum vermeld op de ontvangstmelding.

Na het indienen van de verantwoordingsstukken en controle op het gebruik van de toelagen neemt het
bevoegde orgaan een beslissing over het vaststellen van het toelagebedrag.

Artikel 11. Gebruik van de toelage

De ontvangen toelage moet aangewend worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en dit moet altijd kunnen aangetoond worden.

Artikel 12. Verantwoording en controle

Op eenvoudig verzoek van de toelageverstrekker bezorgt de begunstigde bijkomende informatie.

Controles kunnen uitgevoerd worden door afgevaardigden of aangestelden van de toelageverstrekker.

Artikel 13. Uitbetaling

De toelage zal binnen een termijn van 30 kalenderdagen na goedkeuring van het aanvraagdossier worden uitbetaald. Een toelage zal enkel uitbetaald worden wanneer er geen openstaande, niet-betwisten vervallen schulden zijn ten aanzien van de stad Antwerpen.

Artikel 14. Sancties

In de volgende gevallen kan de toelageverstrekker beslissen om de reeds betaalde toelage geheel of gedeeltelijk terug te vorderen of de toegekende toelage geheel of gedeeltelijk niet uit te betalen:

  • indien de gehele toelage of een deel van de toelage niet gebruikt wordt voor het doel waarvoor ze is toegekend en/of waarvan het gebruik niet verantwoord wordt;
  • als de gevraagde verantwoordingsstukken niet, niet tijdig, of niet volledig worden ingediend;
  • indien één of meerdere voorwaarden van dit reglement niet worden nageleefd;
  • als de begunstigde zich verzet tegen een controle ter plaatse of deze bemoeilijkt.
  • in geval van fraude of valse verklaringen. In dit laatste geval kan de toelageverstrekker bijkomend beslissen om voor een periode van 1 jaar en in toepassing van dit reglement geen toelagen meer toe te staan.

Artikel 15. Verzekeringen

De toelageverstrekker kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen of goederen die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van activiteiten met betrekking tot de aanwending van de toelage. De begunstigde moet voor de uitvoering van de betoelaagde activiteit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid afsluiten.

Indien de begunstigde werkt met eigen personeel en/of vrijwilligers, sluit hij op eigen kosten een verzekering af (verzekering arbeidsongevallen en/of verzekering lichamelijke ongevallen).

Artikel 16. Fundamentele vrijheden

Ieder die een toelage van de stad ontvangt of rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik maakt van stedelijke infrastructuur, neemt het engagement op zich om op een constructieve manier mee te werken aan de opbouw van een stad waarin burgers zonder onderscheid, met respect voor elkaar, harmonieus samen leven. Uiteraard betekent dit de volstrekte naleving van de wetten van het Belgische volk en het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

De toelage of infrastructuur aanwenden op een wijze die in strijd is met het engagement leidt steeds tot sancties zoals:

  • weigeren of terugvorderen van de toelage;
  • éénzijdig beëindigen van de samenwerking;
  • verhuurverbod in alle stedelijke centra;
  • weigering logistieke ondersteuning.

De stad kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade die geleden wordt naar aanleiding van de opgelegde sancties.

Artikel 17. Van toepassing zijnde regelgeving

Op het verlenen van toelagen volgens dit reglement is de wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen van toepassing en het algemeen reglement op de toelagen goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2006.

Artikel 18. Opheffingsbepalingen

Dit reglement vervangt het Reglement omtrent het toekennen van een premie voor de aanleg en het gebruik van hemelwaterinstallaties en infiltratievoorzieningen van 15 december 2008 (jaarnummer 2272) en het Reglement omtrent het toekennen van een premie voor de aanleg van groendaken van 11 december 2014 (jaarnummer 01021).

Artikel 19. Overgangsbepalingen

Het reglement omtrent het toekennen van een premie voor de aanleg en het gebruik van hemelwaterinstallaties en infiltratievoorzieningen van 15 december 2008 (jaarnummer 2272) en het reglement omtrent het toekennen van een premie voor de aanleg van groendaken van 11 december 2014 (jaarnummer 01021) worden opgeheven met ingang van 1 januari 2021 met uitzondering van:

  • aanvragen ontvangen voor 1 januari 2021;
  • de toepassing van artikel 5 in beide opgeheven reglementen waardoor voor werken uitgevoerd voor 1 januari 2021 aanvragen nog kunnen ingediend worden tot 31 december 2021.

Artikel 20. Inwerkingstreding en duur

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2021. Om de 3 jaar wordt dit reglement geëvalueerd.

Bijlage 1. Dimensionering hemelwatertank bij huidig klimaat (voorwaarde voor basisingreep)

De dimensioneringstabel voor hemelwatertank geeft de aanbevolen inhoud aan op basis van de aangesloten dakoppervlakte én het beoogd hergebruik. Hoe werkt het?

  • Kies eerst bovenaan hoeveel vierkante meters dakoppervlakte je wenst aan te sluiten.
  • Kies dan uit de linkerkolom de gewenste afname (aantal liters water die je per dag wenst te hergebruiken) - zie hiervoor de extra hulptabel hieronder.

In het midden van de tabel kan je zo de ideale tankgrootte aflezen, aangeduid in liters.

Kom je in een leeg vak uit? Dit betekent dat de dakoppervlakte en het aangesloten hergebruik nog niet ideaal afgestemd zijn op elkaar (zie boxen overaanbod of tekort aan hemelwater).

Bijlage 2. Het bepalen van infiltratieoppervlakte in een infiltratievoorziening

Onder infiltratieoppervlakte wordt verstaan de som van de nuttige oppervlakken van de infiltratievoorziening. Met andere woorden de nuttige oppervlakte van de voorziening waarlangs het hemelwater in de bodem kan infiltreren. Hierbij maakt men een onderscheid tussen een bovengrondse infiltratievoorziening en een ondergrondse infiltratievoorziening.

Bovengrondse infiltratievoorziening

Voor het bepalen van de infiltratieoppervlakte wordt de volledige schuine oppervlakte van het bekken
(diepte meer dan 30 cm)(deel boven de grondwatertafel en onder de overloop) ingerekend.

De aanleg van een infiltratiekom/infiltratieveld mag volledig vlak gebeuren en kan eenvoudig worden geïntegreerd in de groenaanplanting van het terrein. In deze gevallen kan de volledige oppervlakte van de infiltratiekom of infiltratieveld worden ingerekend. Voor de veiligheid is hierbij de aanleg van de komdiepte beperkt tot 30 cm.

Voorwaarden om de bodem toch mee te mogen nemen voor de berekening van het infiltratieoppervlak zijn:

  • voldoende lage grondwaterstand, het is te zeggen gemiddelde grondwaterstand minstens 30 cm onder de bodem van het infiltratiesysteem,
  • permanent begroeid, dus een niet te lange leeglooptijd (er wordt 72u aangenomen) anders sterft de begroeiing af, we veronderstellen dat de begroeiing de aanslibbing tegengaat door afbraak van het slib en opname door de planten.

Ook een regentuin is een infiltratievoorziening. De infiltratieoppervlakte en het buffervolume worden berekend zoals voor een bovengrondse infiltratievoorziening.

Ook een regenvijver (vijver die onderaan ondoorlatend gemaakt is, maar bovenaan nog ruimte voor is infiltratie via de wanden) kan een infiltratievoorziening zijn. Voor de berekening van het buffervolume en het infiltratieoppervlak telt enkel het gedeelte van de vijver mee gelegen boven de waterdichte afdichting onderaan (dus voor het infiltratieoppervlak enkel het gedeelte van de zijwanden gelegen boven de waterdichte afdichting).

Ondergrondse infiltratievoorziening

Indien men gebruik maakt van een infiltratie via infiltratiekratten of infiltratieputten wordt bij de bepaling van de infiltratieoppervlakte de oppervlakte van de bodem van de infiltratievoorziening niet bijgerekend omdat deze op termijn kan dichtslibben. De zijkanten zorgen nog steeds voor voldoende infiltratie.

Indien men gebruik maakt van infiltratiebuizen worden de 2 zijkwarten van de buis mee ingerekend als infiltratieoppervlak.

Bijlage 3. Dimensionering hemelwatertank bij toekomstig klimaat (voorwaarde voor waterbonus)

De dimensioneringstabel voor hemelwatertank geeft de aanbevolen inhoud aan op basis van de aangesloten dakoppervlakte én het beoogd hergebruik. Een grotere tank dan gedimensioneerd op toekomstig klimaat wordt niet aanbevolen.

Hoe werkt de tabel?

  • Kies eerst bovenaan hoeveel vierkante meters dakoppervlakte je wenst aan te sluiten.
  • Kies dan uit de linkerkolom de gewenste afname (aantal liters water die je per dag wenst te hergebruiken) - zie hiervoor de extra hulptabel hieronder.

In het midden van de tabel kan je zo de ideale tankgrootte aflezen, aangeduid in liters.

Kom je in een leeg vak uit? Dit betekent dat de dakoppervlakte en het aangesloten hergebruik nog niet ideaal afgestemd zijn op elkaar (zie boxen overaanbod of tekort aan hemelwater).

 
Klimaatpremie

Bewoners, , Kinderdagverblijven, Ondernemers, Professionals, Scholen

Lees meer

Gratis advies voor jouw groen project

Lees meer

Premie en subsidies voor natuur- en milieuverenigingen

Kinderdagverblijven, Ondernemers, Professionals

Lees meer

Iets fout of onduidelijk in dit artikel

Laat het ons weten